Orgelgeschiedenis

orgel

Bronnen:
Orgels en organisten”, uitgave nr. 92 van de IJsselakademie te Kampen.
Programma ingebruikname orgel Noorderkerk 1982.

De eerste orgels.
Hoewel de kerk in 1916 in gebruik werd genomen, duurde het tot 1922 dat er door de Kamper orgelmaker Proper voor de prijs van F 2000,- een bescheiden pijporgel werd vervaardigd. Tot die tijd behielp men zich met een harmonium (‘traporgel’). Het eerste orgel (1) stond op de kleine galerij tegenover de preekstoel en bezat één manuaal met negen stemmen en een aangehangen pedaal. Oude gemeenteleden kunnen zich dit instrument nog herinneren. Het wordt veelal als ‘mooi’ en ‘lieflijk’ getypeerd, vooral onder de handen van ‘d olde Neijmeijer’ (organist van 1938-1964), die door een gordijntje aan het gezicht van de gemeente was onttrokken.. Door het kwetsbare pneumatische systeem ontstonden er in de loop der jaren problemen. Dit leidde er toe, dat er twintig jaar later reeds naar een nieuw instrument werd omgezien.
Het duurde echter tot 1968 - toen het interieur van de kerk een algehele face-lift kreeg - dat men een nieuw mechanisch orgel (2) van de firma Reil uit Heerde aanschafte. Het oude instrument werd verkocht aan de Gereformeerde kerk van Gees (Drenthe). Ook het nieuwe orgel bezat één manuaal, maar nu met zes stemmen en op het pedaal een Subbas 16’. Stond het oude instrument boven, het nieuwe orgel werd beneden vòòr in de kerk geplaatst, om plaatsruimte te winnen op de nu sterk vergrote galerij.
Het was echter vanaf het begin al wel duidelijk dat dit nieuwe orgel qua volume en omvang bij een goed bezette kerk geheel ontoereikend was voor de begeleiding van de gemeentezang. De kerkvoogdij heeft toen beloofd ‘te zijner tijd’ naar een groter instrument om te zien.

Een nieuw orgel.

Rond 1980 trad een voor de gelegenheid gevormde orgelcommissie in overleg met de Kamper orgelbouwers Kaat & Tijhuis om tot de bouw van een nieuw orgel voor de Noorderkerk te komen. Er werd uitgegaan van een twee-klaviers mechanisch instrument met een vrij pedaal. De commissie had geen bepaald klankbeeld voor ogen en de kerkvoogdij wenste evenmin een adviseur te benoemen. Hierdoor kregen de bouwers ruim baan. Belangrijk vond de commissie een zo groot mogelijk aantal stemmen tegen een redelijke prijs. Zo kwam men tot een instrument van zeventien registers.
Om beneden ruimte te ‘winnen’ werd het nieuwe orgel boven de preekstoel geplaatst.
En passant hebben de orgelmakers toen ook de preekstoel in dezelfde stijl getransformeerd als de orgelkas. De totale kosten van het instrument met de bouw van het orgelbalkon bedroegen bijna F 200 000,-
Op 3 juli 1982 werd het nieuwe instrument tijdens een speciale bijeenkomst in gebruik genomen. Deze muzikale avond werd geleid door de toenmalige wijkpredikant ds. M. Ruster, en muzikaal omlijst door de organist van de kerk, Johannes Prins (organist van 1964 – 1985).

Karakter.
In de kerk is het orgel de grote blikvanger. Dit komt niet alleen door de forse afmetingen van de kas, maar ook door de kleur ervan. De orgelkas was toentertijd van blank eiken en stak daarom sterk af tegen de roodbruine achterwand van schoon metselwerk en tegen dezelfde kleur van hardhouten banken en plafond (merbau).
De orgelmakers hebben zich niettemin ingespannen iets moois van de kas te maken. Het snijwerk werd in de eigen werkplaats gestoken.
De indeling van het front, de welvingen van de torens en de vorm van het onderpositief. suggereren met een instrument uit de laat 18e eeuw van doen te hebben.
De klank daarentegen was echter niet tot een bepaalde stijl te herleiden: het was noch Duitse, noch Franse barok. Het was evenmin een romantisch instrument. Bij de bouw benadrukte orgelmaker Kaat indertijd heel nadrukkelijk: “Dit wordt geen kopie van een bepaald instrument, maar dit wordt een echt Kaat & Tijhuisorgel”.
Omdat de klank niet aansloot bij een bepaalde stijl, klonken de werken uit de orgelliteratuur geen van alle overtuigend op dit orgel. Het instrument bezat wel voldoende volume om de gemeentezang te begeleiden.

De dispositie in 1982:

Hoofdwerk: Onderpositief: Pedaal:

Prestant 8’ (vanaf E)

Holpijp 8’

Subbas 16’

Roerfluit 8’

Open fluit 4’

Prestant 8’

Oktaaf 4’

Nachthoorn 2’

Oktaaf 4’

Fluit 4’

Nasart 2 2/3’

Fagot 16’

Oktaaf 2’

Terts 1 3/5’

(halve bekers van C – c)

Mixtuur IV

Kromhoorn 8’
Trompet 8’

Speelhulpen: Totaal 1016 pijpen

Koppelklavier Hoofdwerk – Onderpositief
Koppel Pedaal – Hoofdwerk
Koppel Pedaal – Onderpositief
Tremulant, op windkanaal onderpositief
Tongwerken naar Frans voorbeeld

Restauratie (2006-2007): Van een grauwe gans naar een witte zwaan ...

Omdat er in de loop van jaren zowel vanuit de gemeente als van buiten de stad gefundeerde kritiek op de klank van het instrument klonk, kwam de wens tot herintonatie ter tafel.
Organist Hette Meijering heeft die wens krachtig onderstreept, maar stelde als voorwaarde dat er nu wel een deskundige adviseur bij betrokken zou worden.
De Kamper orgelmaker Menno Kaat had dermate veel belang bij een fraai instrument waarmee hij zijn visitekaartje kan afgeven, dat hij aanbood een belangrijk deel van de kosten voor zijn rekening te zullen nemen.
Er werd daarop een orgelcommissie samengesteld bestaande uit drie kerkrentmeesters: Gert Prins (voorzitter), Jan de Koning Gans en Mannes Kuiper (tevens kerkenraadslid wijk V) aangevuld door ds. Teunold Eijsenga (predikant wijk V), prof. dr. Mario Overbeeke (lid wijk V) en Hette Meijering. Het college van kerkrentmeesters gaf in 2004 opdracht Stef Tuinstra als adviseur aan te stellen. Tuinstra heeft in overleg met de orgelmakers en de organist een restauratieplan opgesteld, waarin tegelijkertijd een grote onderhoudsbeurt begrepen zou zijn. In dit plan zou herintonatie de meeste aandacht krijgen.

In het najaar van 2004 kwam er een legaat vrij van de overleden Henk van Putten (41 jaar) , lid van de wijk Noorderkerk, dat hij had bestemd voor het orgel aldaar. De orgelcommissie stelde voor om hier een concrete bestemming voor te kiezen en het orgel met twee stemmen uit te breiden. Er werd gekozen voor een Cornet op het Hoofdwerk en een Viola di Gamba op het Onderpositief.

Karakter van het vernieuwde orgel
In het plan van Tuinstra wordt gekozen om een vroeg 19e eeuws klankconcept te realiseren.

De vernieuwde dispositie luidt:

Hoofdwerk: 8 stemmen Onderpositief: 7 stemmen Pedaal: 4 stemmen
Prestant 8’ (volledig) Holpijp 8’ Subbas 16’
Roerfluit 8’ Open fluit 4’ Prestant 8’
Oktaaf 4’ Nachthoorn 2, Oktaaf 4’
Fluit 4’ Nasart 2 2/3’ Bazuin 16’
Oktaaf 2’ Flageolet 1’
Mixtuur IV-V Dulciaan 8’
Trompet 8’ * Viola di Gamba (af c)
* Cornet V
Speelhulpen: totaal 19 stemmen
en 1175 pijpen

* Uitbreiding met nieuwe stemmen vanwege een legaat, te plaatsten op een kantsleep.
Cursief: Nieuwe, door de orgelmaker vervangen registers.

De wijzigingen van het pijpwerk nader beschreven

  1. Van de Prestant 8’ waren de grootste vier pijpen gedekt. Deze (Roerfluiten) zijn destijds geplaatst omdat de orgelkas vanwege het plafond moest worden verlaagd. Ze misten echter elke draagkracht. Nu zijn zij vervangen door open Prestantpijpen met volle lengte. Wel zijn ze gekropt (haaks gebogen).
  2. De Oktaaf 2’ wordt vervangen door een nieuw exemplaar. Deze moet beter passen tussen de Oktaaf 4’en de Mixtuur.
  3. Aan de Mixtuur wordt een (2 2/3) koor toegevoegd om de afwezigheid van een Quintregister te compenseren. Ook zal de nieuwe sterkte (IV-V) het plenum meer glans geven.
  4. De tongwerken zijn geheel nieuw en worden gemaakt naar kopieën uit het Schnitgerorgel in Uithuizen (Gr.). Deze tongen en kelen zullen meer dan de dubbele breedte van hun vervangen exemplaren beslaan. Ook worden de koppen en stevels in massief eiken uitgevoerd. Hierdoor zij zullen het orgel een zeer markant karakter geven.
  5. De Viola di Gamba heeft een zeer intiem karakter, dat vooral gewenst is bij ingetogen koraalspel en romantische literatuur. De Cornet is gedisponeerd vanwege zijn solerende functie bij de gemeentezang. Hierdoor werd de voormalige Cornet decomposé op het Onderpositief overbodig, waarom de Terts dan ook is verschoven en vermaakt tot Flageolet.
  6. De Open Fluit 4 (OP) wordt twee plaatsen opgeschoven om een echte open fluitklank te realiseren.
  7. Al deze nieuwe pijpen zijn gemaakt door pijpengieterij Steffany (L).

Andere aanpassingen (klik op een foto en ga met pijltje naar rechts naar volgende foto)

Werkzaamheden tijdens restauratie orgel

Het hoofdwerk moet vooral geschikt zijn om de gemeentezang te begeleiden, terwijl het onderpositief vooral als begeleiding van het hoofdwerk kan dienen en geschikt is voor ingetogen spel.
Was de klank voorheen in de bas dik en zwaar en die in de diskant weinig draagkrachtig, in het nieuwe klankconcept wordt dit evenwicht hersteld. Dan wordt de diskant krachtig en vocaal van klank, terwijl de bas bescheidener en transparanter wordt geïntoneerd.
Ook zal een andere windmotor worden geplaatst en wel in een afgesloten kast, zodat bijgeluiden minimaal zullen zijn.
Was de winddruk eerder 80 mm, deze is nu teruggebracht tot 69 mm. Hierdoor werden de voetopeningen van de pijpen verwijd.
Eveneens wordt de Tremulant op de balg geplaatst en geschikt gemaakt voor het hele werk.
Er wordt nog nagedacht om de luchtcirculatie in het orgel te verbeteren. Dit i.v.m. ontstemmingen in het verleden.
De orgelmakers zijn in oktober 2006 met hun werk begonnen en hopen dit in april 2007 af te ronden. Klik op een foto en ga met pijltje naar rechts naar volgende foto.

Uitvoerders restauratie orgel

Kleur
Niet alleen het orgel krijgt een geheel nieuwe klankkleur, besloten is ook het interieur van kerk van nieuwe kleuren te voorzien. Hierbij gaat men uit van de pasteltinten lichtblauw en lichtgeel die in de glas-in-lood-ramen voor komen. Hierdoor heeft de kerk een geheel nieuwe uitstraling gekregen. Tegelijkertijd werd men zich bewust dat het blank-eiken orgelmeubel tegen deze pasteltinten wel erg grof afsteekt. Daarom stelde Stef Tuinstra voor het orgel niet in de rode was te zetten – wat aanvankelijk het plan was – maar van een roomwitte kleur te voorzien, waarbij de labia en lofwerk verguld zullen worden. Dit voorstel verkreeg ruime steun en is inmiddels uitgevoerd, waarbij opnieuw een legaat de extra kosten vergoedde.

Knoppen
Het orgel was oorspronkelijk uitgevoerd met palissander registerknoppen met witte inscripte.De orgelmaker vond het stijlvoller deze te vervangen door zwarte knoppen met porseleinen naamplaatjes. De registernamen zijn handgeschilderd. De porseleinen naamplaatjes zijn van Duitse makelei.

Overzicht knoppen Noorderkerkorgel

Vermeldingen
Boven de speeltafel wordt op perkament de naam van de orgelmaker met de jaartallen van de Bouw en de restauratie vermeld. Dit perkament wordt gevat in een zwart houten ovaal.
Tevens wordt op een achterpaneel de naam van de overleden Henk van Putten vermeld die door zijn legaat de uitbreiding van het instrument mogelijk maakte.

Afronding
Het ligt in de bedoeling dat het vernieuwde orgel in april 2007 in gebruik kan worden genomen. Tot zolang wordt de gemeentezang begeleid op een 5-stemmig positief van

W. Kamp (1967).

"Over toeten en blazen" of: verklarenden woorden en begrippen

Hoofdwerk

Het klavier waarop zich de ‘sterkste’ registers bevinden. Hierop wordt de gemeentezang begeleid.

Onderpositief

Het klavier met zachtere stemmen.Is te koppelen aan het hoofdwerk.

Pedaal

Voetenklavier: bevat grote houten toetsen. Hierop zijn de bassen goed hoorbaar. Is te koppelen aan hoofdwerk en/of onderpositief.

Tremulant Schokbalg die de klank laat vibreren
Metalen pijpen

Zijn meestal van tin en lood. In het front (vooraan) zijn ze opgepoetst of met tinfolie beplakt b.v. Prestant 8’, Oktaaf 4’ en Oktaaf 2’, Roerfluit 8’ en de tongwerken

Houten pijpen

Staan binnen in de kas en zijn vierkant van vorm. Zijn van grenen of eiken afhankelijk van de gewenste klank). Geven zachte klank. b.v. Holpijp 8’ en Subbas 16 ‘

Tongpijpen

Deze pijpen komen tot klinken wanneer hun tong begint te trillen. Deze pijpen hebben een snaterende klank. b.v. Trompet 8’ , Dulciaan 8’ en Bazuin 16’. Met wisselend weer klinken ze soms onzuiver. Ze zijn door de organist zelf bij te stemmen.

8’ = 8 voet

De grootste pijp is 8’ = 8 voet lang: 2,40 m. (Engelse maat i.v.m. Engels tin). Hoe kleiner de voetmaat (2’ b.v.) des te hoger de klank.

Cornet V = vijf sterk Bij het indrukken van een toets klinken dan vijf verschillende pijpjes. Zie ook: Mixtuur IV-V: Dan klinken er vier tot vijf pijpjes per toets.

 

Balg

Door een windmachine wordt de balg vol wind geblazen. Grote broden lood geven de balg een gewenste winddruk. De huidige winddruk = 69 mm (waterkolom)

Toetsen Een toets vormt het begin van een hefboomsysteem dat een ventiel in de windlade opent, waardoor de lucht de pijp aanblaast.
Windlade

Grote houten kast die opgedeeld is in afgesloten, langwerpige windkamers. Hierop staan de rijen pijpen (registers). De windlade staat in verbinding met de balg. Wordt een register opengetrokken, dan laat een doorboorde sleep de wind tot de pijpen toe. Wordt een toets ingeduwd, dan komt via een ventiel de pijp van een opengeschoven register tot klinken.

Kantsleep

Toegevoegde sleep aan de zijkant van de windlade om een extra register te plaatsen, zoals hier de Viola di Gamba (onderpositief). De Cornet (hoofdwerk) staat op een verhoogde bank (kleine extra windlade).

Registers

Registers of stemmen zijn pijpenrijen de op de windlade staan. Je kunt registers met knoppen openen en sluiten. Elke stem heeft zijn eigen karakter: hoog of laag, hard of zacht. Goed registreren (combineren van registers) is een kunst.

Dispositie

Aantal registers en speelhulpen (tremulant, koppelingen) van het orgel.

Disposities Orgels Noorderkerk
* 1916 – 1922: Harmonium 1922 – 1968:

  1. Proper-orgel – 1 manuaal met aangehangen pedaal.
    Bourdon 16’
    Prestant 8’
    Holpijp 8’
    Viola di Gamba 8’
    Aeoline Harp 8’
    Oktaaf 4’
    Fluit 4’
    Fluit 2’
    Trompet 8’
    Systeem pneumatisch Super-octaafkoppeling
    Sub-octaafkoppeling
    Drukknoppen: P – F – FF – A
  2. 1968 – 1982: Reil-orgel – 1 manuaal
    Prestant 8’ (af c’)
    Gedekt 8’
    Fluit 4’
    Oktaaf 4’
    Oktaaf 2
    Mixtuur III
    Pedaal: Subbas 16’
    Systeem mechanisch
    Koppeling Pedaal – Manuaal

Organisten Noorderkerk.  

  1. Van M. Lekkerkerk zijn momenteel geen gegevens beschikbaar.
  2. Lammert Neijmeijer (organist van 1938 – 1968).
    Neijmeijer ontving orgellessen bij o.a. Jan Proper. Maar ook volgde hij beiaardles bij Willem Créman, de blinde stadsbeiaardier van Kampen. Hij behaalde de beide organistendiploma’s (A en B) bij de Nederlandse Organisten Vereniging. Hij was werkzaam als muziekdocent. Ook was hij dirigent van enkele koren. Neijmeijer speelde veelvuldigepopulaire literatuur, m.n. uit de 19e eeuw, zoals zijn in 1999 overleden broer Piet verhaalde: “Mien brör spuuld’n van alles. Walsen en marsen, alles spuuld’n-ie. En ‘tango van Händel’, det spuuld’n-ie ook”.
  3. Johannes Prins (organist van 1964 – 1985).
    Hij ontving orgellessen van Gert-Jan van Dijk, organist van de Broederkerk. Zijn studie vervolgde hij bij Adriaan C. Schuurman, organist van de Sint-Joriskerk te Amersfoort en bij Lammert Kwakkel, organist van de Sint-Michaëlskerk te Zwolle. Hij slaagde voor het getuigschrift van de Nederlandse Organisten Vereniging. Het spel van Prins kenmerkte zich door grote soberheid in stijlvormen, maar evenzeer in grote oplettendheid met betrekking tot tekst en registratie. Nimmer zou hij verzuimen als uitleidend orgelspel het laatst gezongen lied te kiezen. Ook in literatuurspel was hij bescheiden.

Huidige organisten.

  1. Hette Meijering (1949) – 1e organist sinds 1985.
    Hij volgde orgellessen bij Goosen van Tuyl (Zaltbommel), Jan Bonefaas (Gorinchem) en Ger Hovius (Amsterdam). Verder studeerde hij in Kampen bij Kees Roosenhart, Harm Jansen en Fred Sollie. In Amsterdam volgde hij de cursus Kerkmuziek der Nederlands Hervormde Kerk bij Willem Vogel e.a. De huidige functie is zijn vijfde organistenplaats. Bevoegdheden: Diploma Organist A (Gereformeerde Organistenvereniging); Diploma cantor-organist (Commissie voor de Kerkmuziek der N.H. Kerk) en Bevoegdheidsverklaring III.
  2. Jeannet Riemersma - van ’t Oever (1966) – 2e organiste sinds 1985.
    Zij volgde lessen bij mw. J. van der Molen (IJsselmuiden) en W.H. Zwart (Kampen).