Interview ds. Dekker

dekker1Wat is uw levensloop tot nu toe geweest?

In 1979 werd ik geboren in Bennekom, op de zuidrand van de Veluwe. Ik heb er maar drie jaar gewoond en ik heb er dus geen bewuste herinneringen aan. Wel beschouw ik nog steeds de Veluwe als mijn bakermat, omdat mijn beide ouders uit Ermelo komen. Mijn lagere schooltijd bracht ik door in Huizen (NH). In mijn tienerjaren verhuisden we naar Westerlee (Gr.) en volgde ik de middelbare school in Groningen. Daar heb ik mijn vrouw Esther ontmoet. Een ‘kalverliefde’ groeide uit tot een stabiele relatie, die gelukkig overeind bleef in de periode dat Esther Taalwetenschap studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, en ik Theologie in Utrecht.

Nog in onze studententijd trouwden we en gingen we samen in Zeist wonen. Onze oudste dochter Anna is daar geboren. Na het afronden van mijn studie kon ik fondsen krijgen om nog een jaar in Oxford studeren. Daar heb ik mijn Mastergraad in Classical Hebrew Studies (Klassiek Hebreeuws) behaald. Daar is ook onze tweede dochter Lotte geboren. Toen we in Nederland terugkwamen, werd ik vrij snel beroepen door de gemeente Kolderveen-Dinxterveen. Daar werden Maartje en Roos geboren, en nu wonen we sinds 1 mei in Kampen.

Wat heeft u doen besluiten om dominee te worden?

Mijn roeping tot predikant is niet zomaar tot stand gekomen. Eigenlijk wilde ik op de middelbare school graag geneeskunde studeren, omdat de exacte vakken mij wel lagen, en iemand me had verteld dat je als arts veel geld kunt verdienen. Maar ondertussen ging het geloof veel meer voor mij leven. Het was niet alleen meer het geloof van mijn ouders, maar het werd ook meer en meer mijn eigen geloof, waaruit ik graag wilde leven. De leraren Grieks en Latijn begonnen met ons teksten uit het Nieuwe Testament en van Augustinus te lezen, en zo werd mijn interesse gewekt in de theologie.

Omdat mijn vader ook predikant is, hebben veel mensen tegen me gezegd: “o, je gaat in de voetsporen van je vader, wat mooi!” Maar ik heb wel ontdekt: roeping tot het ambt is niet erfelijk. Je kunt niet meeliften op de roeping van je vader. Het is een lang proces geweest waarin ik langzaam maar zeker heb ondervonden dat ook ik dienaar van het goddelijke Woord mag zijn, met mijn eigen gaven (en ook met mijn eigen beperkingen), op de manier waarop Christus mij in Zijn Kerk wil gebruiken.


dekker3


U hebt een vrouw en vier dochters, een vijfde kindje is op komst. Kunt u aangeven welke invloed uw vrouw en uw gezin heeft op de wijze waarop u uw ambt vervult?

Esther is een grote steun en toeverlaat voor mij, ook in mijn ambt. Zij heeft er bewust voor gekozen om haar eigen werkzame leven op te geven, om te kunnen zorgen voor de nodige rust in het gezin, zodat ik er zo goed mogelijk voor de gemeente kan zijn. Daar mag de gemeente haar wel dankbaar voor zijn, vind ik. Want rust in huis is voor een predikant van grote waarde, omdat de kern van het predikantschap concentratie is: concentratie op Christus en aandacht voor mensen.

Verder houdt een jong gezin je bij de les. Als je aan je eigen kinderen iets wilt overbrengen van waar het in het geloof om gaat, dan helpt dat je om het ook aan de gemeente duidelijk te maken. Als je in je eigen gezin een cultuur, een atmosfeer wilt scheppen die de goede geur van Christus verspreidt, dan helpt je dat om die cultuur, dat klimaat ook in de gemeente te scheppen.

Maar het allerbelangrijkste is dat je door (kleine) kinderen ook een mens van vlees en bloed blijft. Als dominee nemen je gedachten soms een hoge vlucht, je hebt allerlei ideeën, visioenen en idealen, maar je kinderen willen graag op tijd eten (ik kook meestal) en soms moet er ook een luier verschoond of een neus afgeveegd worden. Ook van die kleine dingen houd ik, omdat ze voor God zeker niet te klein zijn.

Welke overeenkomsten en verschillen ziet u tussen uw eerste gemeente en de Noorderkerkgemeente?

Het belangrijkste verschil is dat de gemeente in Kolderveen-Dinxterveen een echte plattelandsgemeente is: gemeente midden in een agrarische samenleving. Kampen daarentegen is een stad. Ik merk dat mensen hier gemiddeld hoger opgeleid zijn en er is dan ook veel meer kader. Maar ik merk ook veel overeenkomsten. Want in Brunnepe (het geografische gebied van wijk 5) hebben veel mensen ook een dorpsmentaliteit, en ze zijn daar trots op – wat mij betreft terecht! Een andere overeenkomst is dat veel daar maar ook hier mensen het idee hebben: niet te veel praten en filosoferen, maar gewoon doen. En de derde overeenkomst is dat mensen hier zowel als in mijn vorige gemeente grote behoefte hebben aan de bevrijdende boodschap van het Evangelie: troost en houvast bij levensvragen, richting in het leven met God, de navolging van Christus.

Ziet u een specifieke rol of bijdrage voor uzelf weggelegd binnen de Noorderkerk en Hervormd Kampen? Waar wilt u zich de komende jaren op focussen?

Het is duidelijk dat de Hervormde gemeente Kampen in een tijd van grote overgang zit, en ook de wijkgemeente rondom de Noorderkerk gaat daarin mee, dat kan niet anders. Ik zie het als mijn taak om te midden van al die schuivende panelen de gemeente te wijzen op het evangelie van Jezus Christus, en de Kerk van alle tijden en plaatsen. Bij alles wat verandert, moeten we vooral blijven zien dat we meegenomen worden in die beweging van het evangelie, dat we als gemeente beseffen dat we tot het Lichaam van Christus behoren.

Ik zie voor mijzelf vooral drie rollen weggelegd. Allereerst ben ik verkondiger van het Evangelie, geroepen om de gemeente bij het Woord van God te houden. In de tweede plaats ben ik iemand die mensen wil helpen om in de gewone en soms ook buitengewone gang van het leven hun leven coram Deo (voor het aangezicht van God) te leven, als leerling van Jezus Christus. In de derde plaats wil ik graag gemeenschapsstichter zijn: mensen bij elkaar brengen en verbinden, door hen te binden aan Christus. God zegt: “Het is niet goed dat de mens alleen is”, en dat geldt niet alleen voor een huwelijk, maar is een algemene waarheid. Mensen hebben mensen nodig. En alleen samen kunnen we gemeente van Christus zijn. Daarom is het goed om bij alle veranderingen niet de nadruk te leggen op wat ons van andere christenen scheidt, maar wat ons met hen verbindt. Alleen zo vinden we de ware gemeenschap der heiligen.

Welke plaats kan en moet de jeugd volgens u binnen de kerk hebben? Op welke wijze kan daar vorm aan gegeven worden?

De jeugd is al deel van de gemeente. De vraag is dus niet, zoals je soms wel hoort: ‘hoe betrekken we de jeugd bij de kerk’. Wie gedoopt is behoort aan Jezus Christus toe en is daarmee al deel van zijn Kerk. Voor jong en oud allebei geldt dat het een levenslang proces is om te leren wat het inhoudt om tot het Lichaam van Christus te behoren. Kortom, de jongeren horen erbij. Het belangrijkste is om hen er ook zichtbaar bij te laten horen. Dat vergt van beide kanten grote inzet: vanuit de jongeren om er te zijn en je niet te gauw te laten afschrikken door van alles en nog wat. En vanuit de ouderen in de gemeente om de jongeren ook werkelijk te zien staan, oog voor hen te hebben en ze inderdaad het gevoel te geven dat ze er al bijhoren – onvoorwaardelijk.

De kinderen en tieners vinden hun plekje in de gemeente vooral aan de hand van hun ouders. Als we het belangrijk vinden dat kinderen en tieners zich in de gemeente thuis voelen, kan dat niet buiten hun ouders om. Belangrijk is dus om eerst eens goed naar de ouders te luisteren: waar lopen ze met hun eigen kinderen in onze gemeente tegenaan? En: wat helpt hen in de opvoeding van hun kinderen tot leerlingen van Jezus?

U gaf in uw intrededienst aan: wij moeten, u als gemeenteleden moet aan de slag. Waar doelt u precies op? Is er een advies cq opdracht die u aan de gemeenteleden van de Noorderkerk wilt meegeven? Wat verwacht u van de gemeenteleden?

Het is duidelijk dat het niet goed gaat met de kerk in Nederland en ook niet met de Hervormde gemeente Kampen. De veranderingen die we ondergaan zijn niet het gevolg van rijkdom maar van armoede, niet van groei maar van krimp. Eén ding staat voor mij vast: aan God ligt het niet. Naar mijn mening ligt het wel aan de manier waarop wij in de afgelopen tientallen jaren gestalte hebben gegeven aan ons gemeente-zijn. Wanneer wij dat hadden gedaan zoals Jezus het bedoeld heeft, dan was er nu geen krimp. Het lijkt mij dus ook dat we er niet komen als we onze oude wijze van gemeente-zijn proberen voort te zetten. Maar als je aan mensen vraagt: “hoe moet het dan wel?”, dan krijg je ook weer honderd meningen. Daar kom je ook niet ver mee. Want het gaat niet om meningen, maar om wat God van ons vraagt. En wat wij daarbij in ieder geval moeten doen, is (opnieuw) alles leren onderhouden wat Jezus ons opgedragen heeft. Ik denk echter dat we helemaal niet meer goed weten wat Jezus ons precies opgedragen heeft. Dat moeten we dus samen opnieuw ontdekken. Daar wil ik als voorganger best in voorop gaan. En ik hoop van harte dat de gemeenteleden deze ontdekkingstocht samen met mij willen maken.

Hoe denkt u de traditioneel meer behoudende gemeenteleden en de wat meer vrijzinnig denkenden binnen de gemeente te verbinden en elk de ruimte te geven voor een meer individueel te beleven Godsbeeld? In welke mate zou een enigszins iets vrijzinniger benadering hier een bijdrage aan kunnen leveren?

Vrijzinnig denkende mensen ben ik hier nog niet tegengekomen en eerlijk gezegd denk ik niet dat die er veel zijn. Wat ik wel merk is dat sommige mensen vastigheid zoeken in oude vormen en wantrouwend staan tegenover iedere verandering, hoe klein ook. Andere mensen zoeken naar een meer dynamische manier van geloven, waarin ze meer van hun eigen geloofsbeleving kunnen herkennen. Nu ben ik er vast van overtuigd dat je nu op een andere manier gemeente bent dan in de jaren-’50 of de jaren-’80 van de vorige eeuw. Wat toen werkte, werkt nu veelal niet meer. En wat nu vanzelfsprekend lijkt, is dat over 50 jaar waarschijnlijk niet meer. De kunst is om niet stil te blijven staan bij wat geweest is, maar aan de kant ook niet om maar met alle winden mee te waaien of te veranderen om het veranderen. We zijn namelijk geen slaaf van het verleden, maar ook geen slaaf van de tijdgeest. We behoren aan Christus toe. Daarom willen we elkaar eerst vinden in Christus. Dan kunnen we elkaar vasthouden en zo een gemeente zijn die gericht is op Gods grote toekomst.


dekker21


U gaf onlangs in een preek aan: "De Geest van God bezielt mensen". Wat merkt u persoonlijk van die bezieling? En hoe ziet u die bezieling terug in de omgeving / wereld om u heen? Over Augustinus is bijvoorbeeld geschreven dat hij op een gegeven moment bezieling kreeg. Zou gesteld kunnen worden dat bezieling niet alleen religieus plaatsvindt, maar bijvoorbeeld ook in de kunst, wetenschap, muziek etc.?

Bezieling is moeilijk in woorden te vatten. Bezieling is er volgens mij wanneer mensen (aan)geraakt worden en vanuit dat innerlijke geraakt-zijn handelen en wandelen. Er gaat dan diep van binnen iets resoneren, er gaat iets stromen, en dat blijkt ook in de praktijk van het leven.

Nu denk ik inderdaad dat veel mensen bepaalde dingen doen omdat ze ergens door geraakt zijn, maar niet iedereen die ergens door geraakt is, is ook geraakt door de Heilige Geest. “Een koe is een dier, maar niet ieder dier is een koe.” Toch is het wel degelijk zo dat de Heilige Geest juist diep in het gemoed van mensen werkt. Noem het de geest, noem het de ziel, noem het ‘gemoed’, maar dáár werkt de Geest.

Ik merk persoonlijk vooral dat er ook zomaar zoveel is dat mij verhindert om geraakt te worden. En dan denk ik niet alleen aan zonde, hoewel zonde zeker het werk van de Geest in de weg staat. Maar ik bedoel ook dat er vaak zoveel ‘ruis’ in je leven is. Vaak jakker je voort van het één naar het ander, en dat komt de bezieling niet ten goede. Waar ik wel door geraakt wordt, dat heeft inderdaad vaak te maken met een ervaring van schoonheid: in de natuur, in muziek, in beeldende kunst. Harmonie, ritme en ook regelmaat die op een onverwachte manier juist weer doorbroken wordt, dát raakt. Ook die dingen kunnen je iets van de schoonheid en heerlijkheid van God doen ervaren. Alle snaren van je verbeeldingskracht gaan dan meetrillen. Je intuïtie heeft daar ook alles mee te maken. Geloof is niet alleen iets rationeels (waar of niet waar), of iets dat alleen gaat over de moraal (goed of fout). Ik vind het ontzettend belangrijk dat ook die kant van ons bestaan een plaats krijgen in ons geloofsleven; dat verbeeldingskracht en de intuïtie volop meedoen in ons leven met God.

Er wordt regelmatig gesproken over alle geboden en verboden. In de loop van de tijd zijn er ook allerlei regels door het instituut kerk en door mensen bedacht. Hoe kijkt u hier tegen aan? In hoeverre zijn die ondersteunend aan het grote gebod (Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf) of leiden ze wellicht juist af van de kern? Merkt u dat het voor mensen moeilijk is onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken?

Het is heel moeilijk om deze vraag zomaar in het algemeen te beantwoorden. Want natuurlijk leeft de kerk ook uit de geboden die God gegeven heeft (de 10 woorden, de bergrede, het apostolisch vermaan, etc.). En natuurlijk zijn er in de loop van de tijd een heleboel dingen bij bedacht. Maar hoeveel daarvan is uitwerking van die geboden, en hoeveel daarvan staat op gespannen voet met die geboden? Dat is moeilijk te zeggen, zo in z’n algemeenheid.

Ik merk inderdaad dat het voor mensen moeilijk is om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken, maar dat is niet erg. Dat vind ik zelf ook moeilijk. Wat ik wel bezwaarlijk vind, is dat we het met z’n allen vaak heel moeilijk vinden om bepaalde geboden of gewoontes te verbinden met de kern van het evangelie: Jezus’ dood en opstanding. Ik denk dat we daartoe namelijk wel geroepen zijn. En als we het hebben over bepaalde geboden of gebruiken, dan moet het gesprek ook daarover gaan: op welke manier is dit verbonden met het lijden, sterven en opstaan van Jezus? Want dan gaat het werkelijk ergens over.

De kerken van na de Reformatie hebben een belangrijk principe altijd vastgehouden: ecclesia reformata semper reformanda: de hervormde kerk moet telkens opnieuw her-vormd worden. Wat bedoelen ze daarmee? De Reformatie zelf was een terugkeer naar de oude kerk van de eerste apostelen en de eerste generaties daarna. De hervormers wilden alle menselijke geboden en gebruiken die er in de middeleeuwse kerk waren aangeslibd verwijderen, om alleen de Bijbelse geboden en gebruiken over te houden en in ere te houden. Maar dat moet iedere generatie opnieuw doen: wat is er in de afgelopen jaren aangeslibd dat ons afhoudt van de eenvoudige gehoorzaamheid aan het Woord van God? En hoe kunnen we die gehoorzaamheid in onze tijd gestalte geven? Aan die beweging wil ik in deze tijd ook graag deelnemen.

U bent momenteel met een studie bezig. Kunt u hier iets over vertellen? Op welke wijze wilt u de opgedane kennis inzetten in uw predikantschap?

Ik ben inderdaad bezig om onder leiding van een professor een proefschrift te schrijven, een boek van ongeveer 200 bladzijden. Dat boek gaat over de vraag hoe de eerste christenen zich verhielden tot het Romeinse gezag. Hoe komt het dat Paulus bij zijn zendingsreizen steeds in confrontatie kwam met de Romeinse gezagsdragers? En welke boodschap had hij aan die gezagsdragers? Ik wil daarnaar kijken vanuit Lukas’ boek Handelingen.

Het doen van gedegen onderzoek is natuurlijk heel vormend en helpt je ook op andere momenten om de dingen scherp te zien. Ik hoop dat dit ook bij mij zo zal werken, want dat komt de gemeente uiteraard direct ten goede in het onderwijs dat ik geef. Uiteindelijk hoop ik in mijn onderzoek ook inspiratie op te doen voor mijn visie op gemeente-zijn in deze tijd. Want onze tijd lijkt wel wat op die van de eerste christenen. Ook wij hebben een overheid die niet christelijk is, en die niet vanuit het evangelie leeft. Dat zal ons in confrontatie brengen met de meerderheid die de dienst uitmaakt in de maatschappij. Ik hoop dat dit bijzondere boek in de Bijbel, de Handelingen van de apostelen, ons richting kan wijzen om op een getrouwe en gewetensvolle manier gemeente te zijn, midden in de samenleving, midden in deze seculiere tijd.

 

 

Ds. W.L. (Wilbert) Dekker
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. , 038-3321611